Integrator

Een dashboard toont pas iets als je weet welke signalen je wilt zien.

12 augustus 20266 minAnnelies Neven

Annelies Neven aan de telefoon met hand tegen het voorhoofd

Becom, de Belgische federatie voor e-commerce, vroeg me welke tool hen terug overzicht kon geven, een dashboard misschien, of iets als Notion. Onder die toolvraag bleek een sturingsvraag te zitten: wie heeft welke signalen nodig om op tijd te kunnen bijsturen? Na een scan van zes weken lag er een adviesrapport waarmee ze zelf aan de slag konden, en de oplevercall ging al over de uitvoering.

Het overkwam Greet, directeur van Becom, steeds vaker: in een teammeeting kwam iets naar boven waarvan ze dacht, hoe kan het dat ik dit nu pas hoor? Een project dat vastzat, een deadline die stilletjes was opgeschoven, en zij die het niet had zien aankomen. Wat haar stoorde was zelden het probleem zelf, want problemen horen bij een werking die groeit. Het was de onverwachtheid. En het omgekeerde gold net zo goed: ook wat goed liep, bleef onzichtbaar, waardoor successen nooit gevierd werden op het moment dat ze gebeurden.

Het overzicht, verspreid over systemen en Excels

Becom was enkele jaren eerder ontstaan uit een samenvoeging, en sindsdien alleen maar gegroeid. Een team van een tiental mensen bedient vandaag meer dan 450 leden en 80 partners, met een werking die van labs en events tot studies, communicatie en belangenbehartiging reikt, en daarnaast lopen er doorlopend projecten. Elk stuk van die werking had zijn eigen plek: een klantendatabase die eigenlijk een facturatiepakket was, inschrijvingslijsten in aparte tools, mailboxen per persoon, en een reeks Excels waarin iedereen zijn eigen manier van werken had. Wie het geheel wilde zien, moest het zelf gaan samenrapen.

Dat hadden ze nochtans geprobeerd op te lossen. Greet en Kim, die de financiën en de operationele werking opvolgt en het snelst van iedereen iets in een format krijgt, hadden samen een lange Excel gebouwd: wie zou wat moeten weten, tabblad na tabblad, met de events erin. Het team moest die elke week aanvullen. Dat gebeurde niet. En eerlijk gezegd begreep iedereen dat wel, want er viel te veel in te vullen, het was extra werk bovenop het echte werk, en er kwam niets voor terug.

Intussen probeerden ze het zicht te bewaren via de teammeeting, waar iedereen vertelde wat er vorige week gedaan was en wat er de komende week op de planning stond. Dat werkte prima toen ze met vijf rond de tafel zaten. Met een groeiend team werden het marathons van drie, vier uur, waarin de details van elk project over tafel gingen en de echte beslissingen ondersneeuwden.

Greet vatte het zelf het scherpst samen: ze was het zicht aan het verliezen, en daardoor belandde ze in een ad-hocmodus die niet gezond was, voor haarzelf niet en voor de organisatie niet.

De vraag zoals ze binnenkwam

Iemand uit hun netwerk, met wie ik al langer samenwerk, raadde hen aan om eens met mij te praten. De vraag die op tafel lag, was een toolvraag: bestaat er een systeem dat ons hierbij kan helpen, een dashboard misschien, of iets als Notion?

In het kennismakingsgesprek met Greet en Kim werd snel duidelijk dat er onder die vraag een andere zat. Want welke tool je ook kiest, je moet eerst weten wat hij moet tonen, aan wie, en waar die informatie vandaag zit. Ik stelde een integratorscan voor, gericht op sturing en overzicht: eerst in kaart brengen hoe de organisatie vandaag opvolgt en stuurt, en van daaruit een advies dat richting geeft voor de volgende stap. De tool komt daarna pas.

De diagnose

De mislukte Excel was het interessantste spoor. Aan onwil lag het niet, en aan slordigheid evenmin. Elk domein had in de loop der jaren zijn eigen manier van opvolgen ontwikkeld, en binnen die muren werkte dat goed. Wat ontbrak, was de laag daarboven, die de stukken bij elkaar brengt. Die Excel probeerde dat met de hand te doen, en zoiets houdt geen stand: alles wat mensen handmatig moeten bijhouden naast hun eigenlijke werk, en waar ze zelf niets uit terugkrijgen, blijft vroeg of laat liggen. De informatie zat er nochtans grotendeels al, verspreid over de systemen waarin het team elke dag werkt. Ze moest alleen samengebracht worden in plaats van nog eens apart ingetikt.

Daarnaast liepen er twee behoeften door elkaar, en zolang die niet uit elkaar gehaald werden, kon geen enkele tool ze allebei bedienen. Greet had stuurinformatie nodig: de cijfers en signalen waarmee je op tijd kunt bijsturen, zoals een event dat zeven weken vooraf nog geen programma heeft, of leden die al maanden nergens meer aan deelnemen. Het team had werkstructuur nodig: een gedeeld overzicht van projecten, taken en deadlines, zodat de opvolging niet meer via marathonmeetings hoefde te lopen. Twee lagen dus, met elk hun eigen gebruiker en hun eigen detailniveau.

Kim omschrijft die verschuiving zo:

"Aanvankelijk gingen we ervan uit dat onze opvolging verbetering nodig had. De analyse maakte echter duidelijk dat het knelpunt elders lag: niet in de dagelijkse werking van het team, maar in de organisatiebrede zichtbaarheid van informatie. We hadden niet meer data nodig, maar een betere manier om de beschikbare informatie te bundelen, interpreteren en toegankelijk te maken."

Hoe we het aangepakt hebben

De scan liep over zes weken. Greet en Kim vulden vooraf elk een vragenlijst in, met vragen als: welke beslissingen wil jij zelf blijven nemen, wanneer moet je vandaag zelf achter informatie aan, en welke informatie wil je minimaal zien om gerust te zijn?

De eerste werksessie deed ik ter plaatse met Kim, met de systemen open op tafel: waar zit welke data, hoe loopt een project van idee tot afronding, waar wordt dubbel werk gedaan. Daarna volgden twee korte workshops met het team, telkens in kleine groepjes. Dat was een bewuste keuze. Wie straks met een nieuwe werkstructuur moet werken, mag niet verrast worden door een plan dat boven zijn hoofd bedacht is, en in kleine groepjes durft iedereen te zeggen waar het wringt. Wat daar op tafel kwam, bevestigde en verdiepte het beeld: informatie die je alleen vindt als je weet bij wie je moet aankloppen, en rollen die op papier helder zijn maar in de praktijk voortdurend ad hoc opgerekt worden.

De laatste workshop was voor Greet zelf, en ging over één vraag: wat moet jij kunnen zien om te sturen zonder in het operationele detail te moeten duiken? Daaruit kwam een concrete lijst van signalen, per domein van de werking.

Al die input bracht ik samen in een adviesrapport, met een voorstel voor een centrale werkstructuur voor projecten en activiteiten, en daarboven managementcockpits die de stuurinformatie automatisch uit de bestaande systemen halen. Voor het eerst stond daarmee alles wat verspreid zat over hoofden, tools en Excels, samen in één document. En omdat de aanbevelingen vertrokken van wat er al was, bevestigden ze evengoed wat wél werkte als dat ze aanwezen wat moest veranderen.

Waar mijn opdracht eindigde

De oplevercall ging al vrij snel niet meer over het rapport, maar over de uitvoering. Wie brengt de databronnen samen, in welke volgorde pakken we ze vast, en hoe maken we eerst een eenvoudige proefversie van de cockpit, zodat je kunt bijsturen op iets tastbaars voor er echt gebouwd wordt. Tegen het einde van het gesprek lagen de eerste stappen vast, met Kim als eigenaar van de datastructuur en vaste momenten om samen te kijken hoe het vordert.

Ik had nochtans een voorstel voorbereid om ook de implementatie mee op te nemen. Dat heb ik niet meer bovengehaald, want zij waren tijdens het gesprek zelf al aan het plannen. Ze wilden er intern mee aan de slag, en daar stopte mijn opdracht. Voor mij is dat een goede uitkomst, want een plan heeft pas waarde als het uitgevoerd wordt, en een structuur werkt pas als de mensen ze zelf dragen.

Wat er na die zes weken lag: een gedeeld beeld van hoe de organisatie vandaag werkt, een team dat gehoord is en mee wil, een heldere scheiding tussen stuurinformatie en werkstructuur, en een plan met een volgorde. De keuzes die maandenlang bleven hangen in "we zouden eigenlijk eens moeten", waren gemaakt.

Wat zij er zelf van gemaakt hebben

Alles wat daarna kwam, is hun werk. Ze hebben het rapport vastgepakt en er zelf een dashboard op gebouwd, zonder mij erbij. Een paar maanden later staat de centrale structuur op punt en wordt ze stap voor stap verder uitgebouwd, naast de autonomie die de teams in hun eigen domein houden. Greet zegt dat de analyse hen niet alleen overzicht gaf, maar hen ook structuurfouten heeft helpen voorkomen, en dat de fundamenten goed zitten. Wat er nu nog moet groeien, is het ritme waarin alles bijgewerkt wordt.

"De impact is nu al merkbaar: informatie is sneller beschikbaar, verbanden worden sneller gelegd en beslissingen kunnen beter onderbouwd worden."

Wat deze case laat zien

Veel vragen komen bij mij binnen als toolvraag. Kan Notion ons helpen, welk dashboard raad jij aan, welk pakket moeten we kopen. Bijna altijd zit daaronder een sturingsvraag: welke signalen heb ik nodig om op tijd te kunnen bijsturen, en waarom bereiken die mij vandaag niet? Wie die vraag overslaat en meteen een tool kiest, bouwt een dashboard waar na drie maanden niemand meer naar kijkt, naast de Excel waar ook al niemand meer naar keek. Bij Becom kwam die tool er uiteindelijk wel, alleen niet als eerste stap. Daarom begint zo'n vraag bij mij met een integratorscan: eerst helder krijgen wie welke signalen nodig heeft, en pas dan naar tools kijken. Dat is waar de Brug van Integratie op rust: helderheid gaat vooraf aan structuur, en structuur gaat vooraf aan regie.

Portret van Annelies Neven

Annelies Neven

Business Integrator en Interim Manager. Ik zorg dat plannen niet blijven hangen in goede bedoelingen.

Maak kennis met Annelies

Herken je iets van jezelf in dit verhaal? Plan gerust een verkennend gesprek.

Plan een verkennend gesprek